Periodeplan · O9 en O10 · 6-tallen · kwart veld

O9–O10 blok 1: bal aan de stick en samen spelen

Acht weken, zestien trainingen van een uur voor 6-tallen op een kwart veld. De eerste twee weken draait alles om de bal aan de stick: dribbelen, draaien en kijken. Daarna komen de push en het aannemen, en met die basis leren de kinderen vrijlopen en passen naar de vrije speler. In week 5 en 6 oefenen ze het 1 tegen 1, eerst als aanvaller en dan als verdediger. Week 7 brengt dat samen in aanvallen met overtal en scoren, en week 8 sluit af met spelen als een team en een toernooitje. Elke training heeft dezelfde opbouw: warming-up, techniek, spelvorm en een partijtje, altijd met het thema van de week. Je hoeft niets zelf te bedenken: open de training, zet het veld uit zoals de trainerstips zeggen en coach op het ene punt dat de training noemt.

8 weken16 trainingen25 van 26 leerdoelen gedekt

De weken

  1. Week 1Dribbelen

    Bal aan de stick

    Alles in hockey begint met een bal die je niet kwijtraakt. Deze week doet ieder kind de hele training met een eigen bal, zodat het leert hoe dicht de bal bij de stick moet blijven en hoe je stopt en draait zonder hem te verliezen. Plezier is het tweede doel: kinderen die het leuk vinden, komen volgende week terug.

    • Balgevoel stilstaand
    • Dribbelen met de bal aan de stick
    • Spelen met plezier
  2. Week 2Dribbelen

    Dribbelen in snelheid en draaien

    Nu de bal aan de stick blijft, mag het sneller. De kinderen leren de bal voor zich uit te duwen, af te remmen en een draai te maken, en ze maken kennis met de indian dribble. Dit zijn de bewegingen die ze straks nodig hebben om langs een verdediger te komen, dus we oefenen ze eerst zonder tegenstander.

    • Dribbelen in snelheid
    • Draaien met de bal
    • Indian dribble
    • Wendbaarheid en coördinatie
  3. Week 3Passen

    Push en aannemen

    Pas als een kind de bal kan vasthouden, heeft passen zin. Deze week leren de kinderen de push: linkervoet voor, bal naast de rechtervoet, doorzwaai naar je partner. En ze leren de bal aannemen met de stick laag. Kort en zuiver gaat voor hard; de afstanden blijven tussen 5 en 12 meter.

    • Push forehand
    • Aannemen forehand
  4. Week 4Passen

    Vrijlopen en passen naar de vrije speler

    Met een push en een aanname kunnen kinderen voor het eerst echt samenspelen. Deze week leren ze dat je na een pass wegloopt naar een vrije plek en je stick laat zien, en dat je vóór de pass opkijkt naar wie vrij staat. Dat is het begin van spelinzicht, maar het blijft heel concreet: maak het vak groot en kijk op.

    • Vrijlopen en aanspeelbaar zijn
    • Passen naar de vrije speler
    • Aannemen forehand
  5. Week 5Dribbelen

    1 tegen 1 aanvallend

    Kinderen van deze leeftijd willen een actie maken, en in een 6-tal is er alle ruimte voor. De dribbel en de draai uit week 1 en 2 krijgen nu een tegenstander: de kinderen leren de kaap en wanneer je hem inzet. Durven is net zo belangrijk als de techniek; een mislukte actie is deze week geen fout.

    • 1 tegen 1 aanvallend
    • Kaap en schijnbeweging
    • Durven
  6. Week 6Verdedigen

    1 tegen 1 verdedigend

    Na het aanvallen komt de andere kant: tussen bal en doel staan, afstand houden en de aanvaller naar zijn backhand sturen. De jab is de eerste echte verdedigende techniek. Zo wordt het 1 tegen 1 van vorige week voor beide spelers een echt duel, en leren de kinderen dat verdedigen ook een vak is.

    • 1 tegen 1 verdedigend
    • Jab
  7. Week 7Scoren

    Samen aanvallen en scoren

    Alles komt samen: dribbelen op de verdediger af, kijken naar de vrije medespeler, passen op het goede moment en afronden met een push in een hoek. De 2 tegen 1 en 3 tegen 2 zijn de situaties die in elke wedstrijd van de 6-tallen voorkomen. De keeper krijgt deze week zijn eerste eigen oefening.

    • Overtal uitspelen
    • Scoren met een push
  8. Week 8Spelvorm

    Spelen als een team

    De laatste week is spelen. De kinderen oefenen de twee dingen die een 6-tal een team maken: het veld groot maken en direct omschakelen bij balverlies en balwinst. Het toernooitje aan het eind is geen test maar een feest: jij coacht nauwelijks en kijkt wat van de afgelopen zeven weken is blijven hangen. Dat vertelt je waar het volgende blok moet beginnen.

    • Breed en diep spelen
    • Omschakelen
    • Samen spelen
    • Spelregels kennen

Dekking van de leerdoelen

Per leerdoel: in welke weken een oefening het traint

Eén leerdoel komt in dit plan nog niet aan bod: push backhand.

Techniek

  • Balgevoel stilstaandW1W7
  • Dribbelen met de bal aan de stickW1W2W3W4W5W6W8
  • Indian dribbleW1W2W3W6W7
  • Dribbelen in snelheidW1W2W5W7W8
  • Draaien met de balW2W4W8
  • Push forehandW3W4W7W8
  • Push backhandNiet gedekt
  • Aannemen forehandW3W4W7W8
  • Aannemen backhandW8
  • Scoren met een pushW3W7
  • Kaap en schijnbewegingW5
  • JabW6
  • Keeper: basisW7

Spelinzicht

  • Vrijlopen en aanspeelbaar zijnW4W7
  • Passen naar de vrije spelerW1W2W3W4W5W7
  • 1 tegen 1 aanvallendW1W2W5W6
  • 1 tegen 1 verdedigendW1W2W5W6W8
  • Overtal uitspelenW7
  • Breed en diep spelenW3W4W8
  • OmschakelenW6W8

Fysiek

  • Wendbaarheid en coördinatieW1W2W4W5W6W8
  • Snelheid met balW2

Mentaal en sociaal

  • Spelen met plezierW1W4W6
  • Samen spelenW1W2W3W4W5W6W7W8
  • DurvenW1W2W5W6W8
  • Spelregels kennenW1W2W3W4W5W6W7W8