1 tegen 1 aanvallend (1)
Dribbelen60 min
De kinderen durven op een verdediger af te dribbelen en passeren hem met een kaap: bal en lichaam eerst naar links, dan snel rechts voorbij.
- 1 tegen 1 aanvallend
- Kaap en schijnbeweging
- Durven
- Dribbelen met de bal aan de stick
- 1 tegen 1 verdedigend
Opbouw
4 blokken · 60 min
Materiaal
Alles wat je voor deze training klaarlegt
- 1 bal per baan
- 1 hesje per baan voor de verdediger
- 1 hoedje, 1 rode pion en 1 poortje per baan
- 2 doelen (of een doel en een verplaatsbaar doel)
- 2 doeltjes per vak
- 4 pionnen per vak (8 bij twee vakken)
- 8 pionnen per vak: 4 voor de hoeken en 4 voor de scoorlijnen
- Ballen
- Ballen, voor ieder kind één
- Hesjes in twee kleuren
- Hesjes in twee kleuren (voor de variaties)
- Keeperuitrusting voor twee keepers
- Pionnen of hoedjes voor de middenlijn en de kant zonder lijn
- Stopwatch of telefoon voor de rondes
Trainerstips
- Het ene coachpunt van deze training: eerst echt naar links met bal én schouders, dan snel rechts voorbij. Begin de kaap op twee sticklengtes van de verdediger. Dichterbij raak je de bal kwijt; verder weg loopt hij gewoon mee.
- Koning van het vak: zet met vier pionnen een vak van 15 bij 15 meter uit. Iedereen heeft een eigen bal en probeert met een korte tik de bal van een ander het vak uit te spelen. Je tikt alleen tegen de bal, nooit tegen een stick of benen. Ligt jouw bal eruit, dan haal je hem op, doe je buiten het vak vijf keer de bal rond de voeten en dribbel je weer naar binnen. Als warming-up speel je twee rondes van drie minuten, met een halve minuut rust.
- Passeren met de kaap: maak banen van 6 meter breed. Per baan een hoedje als start, een rode pion op 7 meter en een poortje van 2 meter breed op 14 meter. Drie of vier kinderen per baan; wie wacht, staat rechts naast het hoedje. Na het poortje push je de bal langs de rechterkant terug naar de volgende. Zelf loop je langs de linkerkant terug en sluit je achteraan aan. Jij staat naast de pionnen en kijkt of bal én schouders eerst echt naar links gaan.
- Na een paar rondes trekt één kind per baan een hesje aan en wordt het de verdediger bij de pion. Hij blijft staan, steekt alleen zijn stick uit en tackelt niet. Na vier pogingen is een ander verdediger. Na twaalf minuten mag de verdediger na de kaap één stap zetten: nu moet de aanvaller echt versnellen.
- 1 tegen 1 op doeltjes: vak van 15 bij 10 meter met een doeltje in het midden van elke korte kant. Op 5 meter van elke achterlijn leg je met twee pionnen een scoorlijn. De aanvaller start met de bal voor zijn eigen doeltje; de verdediger komt uit vanaf het andere doeltje zodra de aanvaller vertrekt. Je scoort met een push, en pas over de scoorlijn. Verovert de verdediger de bal, dan valt hij direct aan. Na een doelpunt of als de bal het vak uit gaat, stapt het volgende tweetal in. Wie wacht, staat in de hoek naast zijn eigen doeltje, nooit meer dan twee per kant. Na een paar rondes draai je de rollen om.
- Valkuil: kinderen die niet durven, spelen de bal weg of stoppen voor de verdediger. Prijs elke poging, ook als de bal verloren gaat: deze week is een mislukte actie geen fout. In de partij telt een doelpunt na een gewonnen 1 tegen 1 dubbel, en coach je alleen op de kaap.
- Bij 6 kinderen: koning van het vak in één vak, en jij doet mee met een eigen bal. Voor de kaap twee banen naast elkaar in een vak van 20 bij 12 meter. Het 1 tegen 1 in één vak. De partij wordt 3 tegen 3 zonder keepers op een veld van 25 bij 18 meter. Bij 12 kinderen: koning van het vak in twee vakken van 15 bij 15 meter. Voor de kaap drie banen van vier (20 bij 18 meter). Het 1 tegen 1 in twee vakken van zes naast elkaar. De partij 6 tegen 6 met keepers; spreek vooraf af wie er keept.