Bal aan de stick (1)
DribbelenDe kinderen houden de bal binnen stickafstand als ze dribbelen, stoppen en wegdraaien, en kijken daarbij op. In de vrije ruimte duwen ze de bal los vooruit en brengen ze hem daarna weer aan de stick.
Kies je leeftijdsgroep. We onthouden je keuze op dit toestel en laten de trainingen van deze week zien.
O9 en O10 · training van 60 min
Week 1: Bal aan de stick
De kinderen houden de bal binnen stickafstand als ze dribbelen, stoppen en wegdraaien, en kijken daarbij op. In de vrije ruimte duwen ze de bal los vooruit en brengen ze hem daarna weer aan de stick.
De kinderen voelen de bal aan de stick zonder ernaar te kijken. Ze dribbelen met de bal aan de stick en kijken op, zodat ze de ruimte en hun medespelers zien.
6-tallen op een kwart veld
Kenmerken. Willen bewegen en scoren; kunnen nu een opdracht van één of twee punten onthouden. Verschillen in niveau worden groot: differentieer binnen de oefening. Leren het meest met de bal aan de stick en in kleine spelvormen. Uitgangspunten. Minstens twee derde van de training met bal; techniek altijd in beweging. Eerste samenspel: vrijlopen, passen naar de vrije speler, 1 tegen 1. Spelvormen met maximaal 4 per team, zodat ieder kind veel balcontacten heeft. Eén coachpunt per oefening; laat zien, laat doen, verbeter kort.