Samen aanvallen en scoren (2)
Scoren60 min
De kinderen spelen een 3 tegen 2 uit naar een doel met keeper: breed staan, een verdediger binden en de vrije speler laten scoren met een push. De keeper leert de basishouding en kleine zijstappen.
- Overtal uitspelen
- Scoren met een push
- Passen naar de vrije speler
- Aannemen forehand
- Keeper: basis
Opbouw
5 blokken · 60 min
- Techniek20 min
Let opAannemen in beweging en direct doorspelen: zo neemt straks ook de vrije speler in het 3 tegen 2 aan.
Driehoek: pass en loop
In een driehoek van 10 meter pushen spelers naar de volgende hoek en lopen hun bal achterna; de ontvanger komt de bal tegemoet en neemt in beweging aan.
PassenAannemen4,3 balcontacten per kind per minuut6 van 6 actief
Materiaal
Alles wat je voor deze training klaarlegt
- 1 bal per driehoek, een tweede voor de variatie
- 2 doelen (of een doel en een verplaatsbaar doel)
- 2 pionnen
- 3 pionnen per driehoek
- 3 pionnen voor de startlijn (6 bij 12 kinderen)
- 4 hoedjes voor de hoeken van het vak (8 bij 12 kinderen)
- 4 tot 6 ballen
- 6 hoedjes voor de startplekken (9 bij 12 kinderen)
- 6 pionnen: 4 voor de twee achtjes en 2 in een andere kleur als keerpunt (9 bij 12 kinderen)
- Ballen
- Ballen, een stapel bij de middelste pion
- Ballen, voor ieder kind één
- Doeltje van 3 meter (bij 12 kinderen een tweede doeltje)
- Fluitje en stopwatch of telefoon voor de trainer
- Hesjes in twee kleuren
- Hesjes voor de verdedigers
- Keeperuitrusting
- Keeperuitrusting voor twee keepers
- Pionnen of hoedjes voor de middenlijn en de kant zonder lijn
- Reserveballen bij de trainer
Trainerstips
- Het ene coachpunt van deze training: sta breed, de vrije speler krijgt de bal. In de driehoek bereid je dat voor met aannemen in beweging. In het 3 tegen 2 en in de partij roep je alleen dat.
- Balgevoelcircuit: vak van 16 bij 12 meter met vier stations in de hoeken, twee kinderen per station, ieder met een eigen bal. Doe elk station één keer voor. Eén keer fluiten geldt alleen voor station 3: stoppen. Na dertig seconden fluit je twee keer en schuift iedereen met de bal door naar het volgende station. Drie rondes.
- Driehoek: pass en loop kennen de kinderen uit week 4. Drie pionnen in een driehoek van 10 meter, twee kinderen per hoek, één bal. De bal gaat linksom, zodat iedereen op de forehand aanneemt. Wie pusht, loopt zijn bal achterna naar de volgende hoek. Jij staat buiten de driehoek bij de hoek waar het aannemen het moeilijkst gaat. Na twaalf minuten gaan er twee ballen tegelijk rond, gestart op twee hoeken.
- 3 tegen 2 overtal: vak van 25 bij 18 meter met een doeltje van 3 meter en een keeper. Aan de overkant staan drie pionnen 5,5 meter uit elkaar: dat is de startlijn. De drie aanvallers starten daar breed, met de ballen bij de middelste pion. Twee verdedigers in hesjes staan ongeveer 10 meter voor het doel. Winnen zij de bal, dan scoren ze door over de startlijn te dribbelen. Na de aanval blijven twee aanvallers bij het doel als nieuwe verdedigers; de derde aanvaller en de twee verdedigers lopen langs de zijlijn terug naar de pionnen.
- Jij staat achter het doel en kijkt alleen naar de pass: komt die op tijd en naar de vrije speler? Valkuil: de drie aanvallers lopen naar elkaar toe, zodat de verdedigers niet hoeven te kiezen. Houd de buitenste twee bij de zijlijn.
- Keepertraining tegelijk met het 3 tegen 2, in een vak van 12 bij 10 meter naast het veld. Twee pionnen 3 meter uit elkaar zijn het doel; de keeper staat een halve meter ervoor, in het midden. Een hulpouder pusht op 6 meter afwisselend van links en rechts laag op de keeper en let op de basishouding. De keeper stopt de bal met de legguards, speelt hem rustig terug en stapt met kleine zijstappen naar een pion en terug naar het midden. Zijn er twee keepers, dan wisselen ze om de vijf ballen. Het 3 tegen 2 speelt deze tien minuten op een doeltje van 2 meter zonder keeper; daarna gaat de keeper in het doel.
- Geen hulpouder? Doe het voetenwerk dan zelf met de keeper in de laatste vijf minuten van het techniekblok, terwijl de driehoek met twee ballen doorgaat. Het 3 tegen 2 begint dan meteen met de keeper in het doel.
- Bij 6 kinderen: bij het circuit blijft steeds één station leeg. Vijf kinderen spelen 3 tegen 2 en er wacht niemand; na tien minuten komt de keeper erbij. De partij wordt 3 tegen 3 zonder keepers op een veld van 25 bij 18 meter.
- Bij 12 kinderen: drie kinderen per station, met een derde achtje bij station 2 en een derde baan bij station 3. Twee driehoeken van zes naast elkaar. Het 3 tegen 2 in twee vakken naast elkaar; zonder tweede keeper speelt het tweede vak op een doeltje van 2 meter. Wie over is, wacht als extra aanvaller bij de pionnen en stapt om de beurt in. De partij is 6 tegen 6 met keepers.