Spelen als een team: toernooitje
Spelvorm60 min
De kinderen spelen in een toernooitje 3 tegen 3 als een team: ze spelen elkaar aan als de ander vrij staat en durven zelf een actie te maken. Ze leren samen winnen en verliezen. Wie eraan toe is, pusht en neemt aan over 15 meter.
- Samen spelen
- Durven
- Push forehand
- Aannemen forehand
Opbouw
3 blokken · 60 min
- Techniek15 minVariant: O11–O12: 15 meter, aannemen in beweging
Let opAls uitdaging: pionnen op 15 meter en aannemen in beweging; wie het nog niet kan, speelt op 12 meter.
Pass en volg
Spelers pushen de bal rond een vierkant van pionnen en lopen hun eigen pass achterna.
PassenAannemen4,4 balcontacten per kind per minuut6 van 6 actief
Materiaal
Alles wat je voor deze training klaarlegt
- 1 bal per vierkant, een tweede bij 8 of 9 kinderen
- 12 pionnen: 8 voor de hoeken en 4 voor de middenlijnen
- 4 doeltjes
- 4 pionnen per vierkant
- 4 pionnen voor het vak
- 8 poortjes van 2 meter breed (16 pionnen); bij 12 kinderen 10 poortjes (20 pionnen)
- Ballen, voor ieder kind één
- Ballen: één per veldje en een paar reserveballen bij elke middenlijn
- Fluit, horloge en pen en papier voor de stand
- Hesjes in vier kleuren
- Reserveballen bij de trainer
Trainerstips
- Het ene coachpunt van deze training: speel als een team. Met drie sta je in een driehoek: één achter de bal, twee breed. Verder coach je nauwelijks. Rennen alle drie naar de bal, dan roep je alleen 'driehoek!'.
- Poortjes tellen: acht poortjes van 2 meter kriskras in een vak van 20 bij 15 meter, minstens 4 meter uit elkaar en in verschillende richtingen. Ieder kind heeft een bal en dribbelt een minuut door zoveel mogelijk poortjes, nooit twee keer achter elkaar door hetzelfde. Drie rondes; ieder kind probeert zijn eigen aantal te verbeteren.
- Pass en volg als uitdaging: vier pionnen in een vierkant van 15 meter. De bal gaat rechtsom. De ontvanger komt de bal twee stappen tegemoet en neemt in beweging aan op de forehand; wie pusht, loopt zijn bal achterna naar de volgende pion. Lukt dat niet, dan zet dat groepje de pionnen op 12 meter. De uitdaging is voor wie eraan toe is, niet voor iedereen.
- Toernooitje 3 tegen 3: twee veldjes van 25 bij 20 meter naast elkaar op het kwart veld, met zo'n 5 meter ertussen. Elk veldje heeft een doeltje op beide korte kanten en pionnen op de hoeken en de middenlijn; er is geen keeper. Maak vooraf vier gelijkwaardige teams van drie, elk met hesjes in een eigen kleur, en zet de indeling op een briefje. Leg bij elke middenlijn reserveballen klaar.
- Regels: wedstrijdjes van drie minuten, alles met de push. Je scoort alleen vanaf de helft van de tegenstander. De kinderen fluiten zelf overtredingen. Na elk wedstrijdje gaan de winnaars naar het koningsveld en de verliezers naar het andere veld. Bij gelijkspel wint het team dat als eerste scoorde; bij 0-0 blijft het team dat er al stond. Jij fluit begin en einde op beide velden tegelijk en houdt de stand bij. Met een minuut tussen de wedstrijdjes speel je zo'n acht rondes.
- Valkuil: een team dat steeds verliest, haakt af. Benoem in de minuut tussen de wedstrijdjes één ding dat goed ging, niet alleen de stand. Doet het beste kind alles alleen, speel dan één wedstrijdje waarin een doelpunt pas telt na een pass.
- Bij 6 kinderen is er geen toernooi: twee teams van drie op één veld, en na elk wedstrijdje wisselt één speler van team. Pass en volg met één bal en één vierkant, met twee kinderen bij pion 1 en twee bij pion 4. Bij 9 kinderen spelen drie teams in een vaste volgorde op één veld; het wachtende team doet poortjes tellen aan de zijkant. Bij 10 of 11 kinderen hebben één of twee teams een wissel, die na elk doelpunt wisselt.
- Bij 12 kinderen: poortjes tellen met tien poortjes in een vak van 25 bij 20 meter, pass en volg in twee vierkanten van zes naast elkaar, en in het toernooitje spelen alle vier de teams tegelijk.