Wisselen en opstellen
Iedereen evenveel speeltijd, een keeper die rouleert en een opstelling die kinderen begrijpen.
- SSamen
- PPlezier
- OOntwikkeling
Bij de jongste jeugd speelt iedereen evenveel. Ook als je wint, ook als je verliest, ook in een spannende wedstrijd. Een kind leert hockey door te spelen, niet door langs de lijn te staan. Dat is samen en ontwikkeling in de praktijk.
Een wisselschema in vier stappen
- Tel je spelers. Met acht kinderen staan er steeds zes in het veld en twee aan de kant.
- Verdeel de speeltijd. Met acht kinderen en zes plekken speelt ieder kind ongeveer drie kwart van de wedstrijd.
- Kies vaste wisselmomenten, bijvoorbeeld elke vijf minuten twee kinderen, en zet ze op papier.
- Houd bij wie hoeveel heeft gespeeld. Wie vorige week minder speelde, begint deze week.
In hockey wissel je tijdens het spel. Het kind dat eruit gaat, komt eerst van het veld. Daarna gaat het nieuwe kind erin, bij jou in de buurt.
De keeper
Op deze leeftijd keept niet altijd hetzelfde kind. Laat ieder kind dat wil een keer keepen, en niemand die niet wil. Een vaste roulatie helpt: per wedstrijd een andere keeper, of per helft als het omkleden snel gaat. Keept een kind de eerste helft, laat het dan de tweede helft in het veld spelen. Zo mist het de balcontacten van een veldspeler niet.
Wil niemand keepen? Met zes veldspelers zonder keeper spelen mag ook, maar de KNHB heeft liever een keeper. Overleg het voor de wedstrijd met de speelbegeleider.
Wie staat waar?
Een 6-tal speelt meestal met een keeper, twee verdedigers, één middenvelder en twee aanvallers. Op een tekening heet dat 2-1-2. Geef ieder kind een plek met een simpele opdracht:
- Verdedigers: blijf tussen de bal en ons doel. Ga niet allebei naar voren.
- Middenvelder: help achter en voor, en wees overal aanspeelbaar.
- Aanvallers: blijf breed, bij de zijlijn, en loop vrij als we de bal hebben.
Laat kinderen wisselen van plek: de ene week voor, de andere week achter. Op deze leeftijd is het doel dat ze alle plekken leren kennen, niet dat ze specialist worden.
Bekijk de oefeningDe 2-1-2 van een 6-tal in beweging: twee verdedigers blijven achter, de aanvallers zoeken de ruimte langs de zijlijn.
Iedereen naar de bal?
Bijna elk team rent op deze leeftijd met zijn allen achter de bal aan. Dat is normaal. Roep niet de hele wedstrijd "blijf op je plek!". Kies één afspraak, bijvoorbeeld "de twee verdedigers blijven achter de bal", en herhaal die bij elke wissel.