Coachpad
Eerste weken · Week 2

Week 2: coach op één punt

Elke stap van een oefening heeft één coachpunt. Zo gebruik je het, met Pass en volg als voorbeeld.

3 min lezenVoor O9 en O10
  • Plezier
  • Ontwikkeling

Een kind van negen onthoudt één aanwijzing, hooguit twee. Daarom heeft elke stap van een oefening in de app één coachpunt: een korte zin die je roept, of iets waar je op let. Meer niet.

Op de training kies je één coachpunt uit de oefening. Je laat het één keer zien, de kinderen gaan spelen en jij verbetert kort in het voorbijgaan. Een uitleg duurt nooit langer dan twintig seconden. Zo houd je ze aan de bal, en zo leren ze.

Bekijk de oefeningSpeel de drie stappen af en lees bij elke stap het coachpunt.

Zo werkt het bij Pass en volg

In stap 1 pusht een kind de bal naar de volgende pion en loopt er meteen achteraan. Het coachpunt is: "Push en meteen lopen: niet blijven kijken." In stap 2 neemt de volgende de bal aan. Daar is het coachpunt: "Borst naar de bal, linkerschouder naar de volgende pion."

Kies er één voor de hele oefening, bijvoorbeeld "meteen lopen". Dat roep je, dat prijs je, en de rest laat je deze keer gaan. Volgende keer kies je een ander punt.

Wat je ziet als het goed gaat

  • De bal gaat vlak over de grond, zonder stuiter, naar de volgende pion.
  • Wie de pass gaf, loopt al voordat de bal aankomt.
  • De ontvanger staat laag, met de stick op de grond, voordat de bal er is.
  • Er staat nooit een rij: iedereen is binnen een paar tellen weer aan de beurt.

Zeg wat je ziet

Benoem wat goed gaat, met een naam erbij: "Lisa, mooi meteen gelopen!" Dan horen alle kinderen waar het om gaat. Dat werkt beter dan wijzen op wat fout gaat.

Deze week

0 van 3